ECLI:NL:CRVB:2017:3602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging brutering terugvordering bijstand na intrekking wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze bijstand in vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding en vorderde de kosten terug. Na bezwaar en beroep werd dit besluit bevestigd door de rechtbank en de Raad. Vervolgens verhoogde het college de terugvordering met belasting en premies (brutering).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de brutering ongegrond, stellende dat het college bevoegd is tot brutering wanneer de vordering niet binnen het kalenderjaar wordt betaald en er geen omstandigheden zijn om hiervan af te zien. Appellante voerde in hoger beroep aan geen gezamenlijke huishouding te voeren, maar deze gronden waren reeds beoordeeld en verworpen.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt omdat het alleen herhaling betreft van eerdere gronden die reeds onherroepelijk zijn verklaard. Er is geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de brutering van de terugvordering en wijst het hoger beroep af.