ECLI:NL:CRVB:2017:3560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand en inkomensvoorziening wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand en inkomensvoorziening op grond van de WWB en WIJ, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de uitkeringen introk en terugvorderde wegens het niet melden van samenwoning met haar partner [X]. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellante en [X] een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen zij niet hadden gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de intrekking van de inkomensvoorziening WIJ niet zonder nader onderzoek naar het inkomen en vermogen van de partner kan worden gehandhaafd. De intrekking van de bijstand op grond van de WWB blijft wel gehandhaafd omdat de gezamenlijke huishouding is vastgesteld.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de intrekking en terugvordering van de inkomensvoorziening betreft en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen na nader onderzoek. Het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de inkomensvoorziening WIJ wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen; intrekking van bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding blijft gehandhaafd.