ECLI:NL:CRVB:2017:3536

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 oktober 2017
Publicatiedatum
13 oktober 2017
Zaaknummer
16/3141 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging juiste vaststelling ingangsdatum AOW-pensioen op fictieve geboortedatum

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn AOW-pensioen ingangsdatum door de Sociale Verzekeringsbank (Svb), omdat hij stelt geboren te zijn op 1 januari 1950 in plaats van de door de Svb gehanteerde fictieve geboortedatum 1 juli 1950. De Svb kende het pensioen toe met ingang van oktober 2015, terwijl appellant aanspraak maakte op een eerdere ingangsdatum van 1 januari 2015.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de werkwijze van de Svb om bij ontbreken van een exacte geboortedatum binnen het Suwinet-systeem uit te gaan van 1 juli van het geboortejaar als fictieve datum. Deze praktijk is gebaseerd op een circulaire uit 1986 en bevestigd in eerdere uitspraken van de Raad.

In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, onder verwijzing naar een vonnis van een buitenlandse rechtbank. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat dit vonnis niet ondersteund wordt door authentieke, controleerbare documenten uit Marokko en dat de Svb daarom terecht de fictieve geboortedatum heeft gehanteerd.

De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ingangsdatum van het AOW-pensioen terecht is vastgesteld op basis van de fictieve geboortedatum 1 juli 1950.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
21 april 2016, 15/7011 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 13 oktober 2017

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2017. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.

OVERWEGINGEN

1.1.
Bij besluit van 16 juli 2015 heeft de Svb aan appellant met ingang van
oktober 2015 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend. De Svb is daarbij uitgegaan van de (fictieve) geboortedatum 1 juli 1950.
1.2.
Appellant heeft in bezwaar aangevoerd dat hij is geboren op 1 januari 1950. Daarvoor verwijst hij naar een vonnis van de rechtbank te [woonplaats] van 23 februari 2011. Appellant heeft de Svb verzocht om aan hem een AOW-pensioen toe te kennen met ingang van 1 januari 2015 in plaats van oktober 2015.
1.3.
Bij beslissing op bezwaar van 6 oktober 2015 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 16 juli 2015 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, onder overweging dat de Svb bij de vaststelling van het AOW-pensioen terecht is uitgegaan van de geboortedatum 1 juli 1950.
3. Appellant heeft in hoger beroep zijn onder 1.3 vermelde standpunt gehandhaafd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat appellant niet eerder dan met ingang van oktober 2015 recht heeft op ouderdomspensioen. Daarbij spitst het geschil zich met name toe op de vraag of de Svb terecht is uitgegaan van de fictieve geboortedatum 1 juli 1050.
4.2.
De Svb heeft ter zitting verklaard dat bij binnenkomst in Nederland van appellant in het Suwinet alleen het geboortejaar 1950 is geregistreerd en geen geboortedatum. In een dergelijk geval wordt 1 juli 1950 van het desbetreffende geboortejaar aangemerkt als fictieve geboortedatum. Deze werkwijze is gebaseerd op werkafspraken voor de vaststelling van geboortedata ten behoeve van de uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid, die zijn neergelegd in een circulaire van de voormalige Sociale Verzekeringsraad van
12 december 1986, nummer 7919. In zijn uitspraken van 7 april 1995, JB 1995/124 en
19 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4574 heeft de Raad deze gedragslijn geaccordeerd.
4.3.
De stelling van appellant dat hij is geboren op 1 januari 1950 berust op een vonnis van de rechtbank in [woonplaats] van 23 februari 2011 en wordt op geen enkele wijze ondersteund door authentieke stukken die vóór de migratie van appellant naar Nederland door de bevoegde instanties van Marokko zijn opgemaakt. Zonder dergelijke controleerbare gegevens kan appellant niet in zijn stelling worden gevolgd. In dat verband verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 5 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3008.
4.4.
Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2017.
(getekend) mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) H. Achtot

AB