Uitspraak
mr. Osinga aanvullende stukken aan de Raad gezonden.
OVERWEGINGEN
WGA-uitkering meer krijgt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig verkeersregelaar, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende aanvankelijk een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Later stelde het UWV vast dat appellant geen WGA-uitkering meer kreeg, waarna bij het bestreden besluit de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 50,17%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking noodzakelijk was. De Raad wees het verzoek om aanhouding af en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel lichamelijke als psychische klachten waren meegenomen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de Functionele Mogelijkhedenlijst aangepast, maar vond geen reden voor een urenbeperking. Appellant kon zijn stelling onvoldoende met medische gegevens onderbouwen. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en de WGA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de WGA-uitkering op 50,17% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.