Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Dit bezwaar heeft de Svb bij besluit van 23 april 2015 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbaar geachte overschrijding van de bezwaartermijn.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 22 augustus 2014, maar diende dit bezwaar pas in na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens deze overschrijding. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden niet leiden tot een verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. De Raad bevestigde daarom het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade, met H. Achtot als griffier, en uitgesproken op 6 oktober 2017.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het AOW-besluit is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.