ECLI:NL:CRVB:2017:3398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken nieuw feiten en oorzakelijk verband
Appellant was van september tot oktober 1980 dienstplichtig in militaire dienst en werd wegens gebreken ontslagen. In 2010 verzocht appellant om een militair invaliditeitspensioen, dat werd geweigerd omdat de psychische aandoening niet werd toegeschreven aan de militaire dienst. Dit besluit werd niet aangevochten.
In 2015 verzocht appellant om herziening van het besluit, maar dit werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad stelde vast dat ook voor de toekomst geen oorzakelijk of verergerend verband met de militaire dienst kon worden aangenomen, mede omdat appellant zelf stelde dat de klachten al voor de diensttijd bestonden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een militair invaliditeitspensioen is afgewezen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.