ECLI:NL:CRVB:2017:3377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande, maar het college wees deze af omdat appellant en de hoofdbewoner van het adres een gezamenlijke huishouding zouden voeren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant en de hoofdbewoner hun hoofdverblijf op hetzelfde adres hadden en dat sprake was van wederzijdse zorg. Dit bleek uit het gezamenlijk gebruik van boodschappen, het schoonmaken van het huis en het onderhouden van de tuin, waarbij de hoofdbewoner geld klaarlegde voor boodschappen die appellant deed. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij zelfstandig huur betaalde volgens het huurcontract.
De Raad stelde vast dat de objectieve feiten en omstandigheden voldoende waren om te concluderen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, ongeacht de betwisting van appellant over het gespreksverslag. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand als zelfstandig wonende is afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding.