ECLI:NL:CRVB:2017:3318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs schending inlichtingenplicht
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en zette zijn werkzaamheden als autokeurmeester voort als marginaal zelfstandige met behoud van bijstand. Na beëindiging van de eenmanszaak trad betrokkene in dienst bij een B.V. waarvan zijn dochter bestuurslid was. Appellant onderzocht de rechtmatigheid van de bijstand na indiensttreding en besloot de bijstand over een periode in 2014 in te trekken en terug te vorderen.
Betrokkene voerde bezwaar aan en de rechtbank vernietigde het besluit omdat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat betrokkene feitelijk regievoerder was van de B.V. en daarmee gehouden was tot het verstrekken van bedrijfsinformatie. Appellant stelde in hoger beroep dat betrokkene de inlichtingenplicht had geschonden door onduidelijkheid over de feitelijke gang van zaken binnen de B.V.
De Raad oordeelde dat betrokkene alle gevraagde informatie over zijn inkomsten had verstrekt, waaronder loonstroken, bankafschriften en urenverantwoording. Van een werknemer kon niet worden verlangd dat hij bedrijfsgerelateerde informatie overlegt. Het risico dat appellant niet kon spreken met het bestuurslid van de B.V. lag bij appellant. Hierdoor was niet aannemelijk gemaakt dat aan de voorwaarden voor intrekking was voldaan.
De Raad bevestigde daarmee de vernietiging van het besluit tot intrekking en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd en de proceskosten worden aan appellant opgelegd.