ECLI:NL:CRVB:2017:3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Verzoeker ontving vanaf februari 2013 bijstand samen met zijn echtgenote. Het college van burgemeester en wethouders van Elburg trok de bijstand in november 2015 in vanwege het niet verschijnen op oproepen en het niet aanleveren van gevraagde informatie. Verzoeker stelde digitaal beroep in op 12 mei 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn was ingediend en er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Verzoeker ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat de beroepstermijn was begonnen op 25 maart 2016, de dag na verzending van het besluit aan het laatst bekende adres van verzoeker. Het digitale beroepschrift was daardoor te laat ingediend. Er was geen verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het hoger beroep geen kans van slagen had. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.