ECLI:NL:CRVB:2017:3252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid rechtbank inzake pensioenrechten na privatisering ABP
Appellant heeft pensioenrechten opgebouwd onder de Algemene burgerlijke pensioenwet (Abp-wet). Na de privatisering van het ABP per 1 januari 1996 werd het publiekrechtelijke ABP vervangen door de Stichting Pensioenfonds ABP. Het bestuur verstrekte op 5 maart 1997 een schriftelijke opgave van het pensioenuitzicht, die als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt. Appellant maakte bezwaar, maar het bezwaar werd niet inhoudelijk behandeld vanwege lopende rechterlijke procedures.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de brief van het bestuur van 10 april 2014 en de brief van de minister van 13 februari 2014, omdat het oorspronkelijke besluit onaantastbaar was geworden en de minister niet bevoegd was besluiten te nemen over individuele pensioenrechten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken en benadrukt dat de privatisering van het ABP een formeel wettelijk gegeven is, waardoor de bestuursrechter niet bevoegd is om de geschillen te beoordelen.
Daarnaast wijst de Raad de verzoeken van appellant af om een verplichting tot indexering van zijn pensioen en tot vergoeding van schade wegens rente- en belastingnadelen. Ook een veroordeling in proceskosten wordt niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 september 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onbevoegdheid van de rechtbank en wijst de beroepen en schadevergoedingsverzoeken van appellant af.