ECLI:NL:CRVB:2017:3185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot terugbetaling doorbetaalde bezoldiging ouderschapsverlof bij strafontslag bevestigd
Appellant, werkzaam als ambtenaar, kreeg ouderschapsverlof toegekend voor twee kinderen over de periode tot mei 2015. Na een besluit tot onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim, dat in rechte vaststaat, legde de staatssecretaris hem de verplichting op om de bezoldiging die tijdens het ouderschapsverlof was doorbetaald terug te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond, stellende dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en dat het strafontslag een ontslag op grond van aan appellant te wijten feiten betrof. De staatssecretaris hoefde appellant niet te informeren over het stopzetten van het ouderschapsverlof tijdens schorsing, omdat dit zijn eigen verantwoordelijkheid was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die ontheffing van terugbetaling rechtvaardigden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, zonder nieuwe argumenten of informatie. De Raad stelde zich achter het oordeel van de rechtbank en bevestigde de terugvordering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verplichting tot terugbetaling van doorbetaalde bezoldiging over ouderschapsverlof is bevestigd na strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim.