ECLI:NL:CRVB:2017:2956
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op Algemene Oorlogsongevallenregeling en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellante, geboren in 1942, diende in september 2014 een aanvraag in bij de Pensioen- en Uitkeringsraad voor een uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Bij besluit van 19 juni 2015 werd zij erkend als oorlogsslachtoffer met psychisch oorlogsletsel en een arbeidsongeschiktheid van 20%. Dit was gebaseerd op medisch advies van arts Roelofs, die ook lichamelijke klachten als niet oorlogsgerelateerd beoordeelde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en overlegde een medisch advies van arts Laatsch, die een volledige oorlogsgerelateerde invaliditeit van 100% stelde. Na heroverweging door een andere geneeskundig adviseur, Ohlenschlager, bleef de conclusie van 20% ongeschiktheid gehandhaafd. De Raad volgde deze laatste beoordeling en wees het beroep van appellante af.
Daarnaast stelde appellante een verzoek tot schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad constateerde een overschrijding van één maand en kende een vergoeding van €500 toe. Tevens werden proceskosten van €247,50 aan appellante toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 augustus 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.