ECLI:NL:CRVB:2017:2952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig besluit en vergoeding griffierecht bij vaststellingsovereenkomst ambtenaar
Appellant, voormalig ambtenaar van de gemeente Utrecht, had een vaststellingsovereenkomst gesloten met het college over eervol ontslag en uitkeringsrechten. Na een geschil over de uitvoering trok appellant een eerder beroep in en verzocht om vergoeding van het betaalde griffierecht.
Het college weigerde vergoeding, waarna appellant beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit hierover. De rechtbank verklaarde dit beroep en het beroep tegen de weigering niet-ontvankelijk, omdat de gemachtigde het beroep niet rechtsgeldig had ingesteld.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant zelf als eiser moet worden aangemerkt en dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is vanwege te vroege ingebrekestelling. Het beroep tegen de weigering van vergoeding wordt ongegrond verklaard omdat de vergoeding van griffierecht is begrepen in de nadere regeling van de vaststellingsovereenkomst.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, het beroep tegen de weigering ongegrond en bepaalt dat het college het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de weigering van vergoeding van griffierecht wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.