ECLI:NL:CRVB:2017:2948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IOAZ-aanvraag wegens urencriterium en bedrijfsexploitatie
Betrokkene, een gewezen zelfstandige, had een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de IOAZ. Appellant wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur per jaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad stelde vast dat betrokkene tijdens de openingstijden aanwezig was in zijn bedrijf en dat wachturen meetellen als aan het bedrijf bestede uren. Het verblijf van ongeveer drie maanden in Thailand vormde geen onderbreking van de rechtmatige bedrijfsuitoefening, mede omdat betrokkene ook tijdens die periode werkzaamheden verrichtte.
De Raad concludeerde dat betrokkene het urencriterium voor 2014 ruimschoots had gehaald en dat de overige voorwaarden voor IOAZ-uitkering waarschijnlijk ook voldaan zijn. Appellant werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij betrokkene binnen anderhalf jaar na een positief besluit zijn bedrijf dient te beëindigen. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene voldoet aan het urencriterium en beveelt appellant een nieuw besluit op bezwaar te nemen.