ECLI:NL:CRVB:2017:2925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AOW-toeslag wegens onterecht ontvangen uitkering
De echtgenoot van appellante ontving een AOW-pensioen met toeslag, die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd herzien na vaststelling van onjuiste inkomensgegevens. De Svb besloot tot terugvordering van €10.693,72 en legde een boete op, welke later werd ingetrokken wegens overlijden van de echtgenoot.
Appellante, als erfgenaam, maakte bezwaar tegen de terugvordering en de wijze van invordering, waarbij het bezwaar tegen de terugvordering uiteindelijk ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat de Svb op grond van artikel 24 AOW Pro verplicht was tot terugvordering, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, welke niet waren gebleken.
In hoger beroep stelde appellante dat de terugvordering dezelfde toetsing als de herziening moest ondergaan, maar de Raad bevestigde dat het herzieningsbesluit onherroepelijk is en dat alleen bij dringende sociale of financiële redenen van terugvordering kan worden afgezien. Deze waren niet aanwezig, en de maandelijkse invordering werd door appellante geaccepteerd.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onterecht ontvangen AOW-toeslag zonder kwijtschelding.