ECLI:NL:CRVB:2017:2897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde pgb-voorschotten wegens niet-girale betalingen
Appellante was geïndiceerd voor AWBZ-zorg en ontving een persoonsgebonden budget (pgb) van €4.226,- voor 2014. Het Zorgkantoor stelde het pgb lager vast op €1.310,- omdat appellante niet aan de verplichting tot girale betalingen had voldaan en slechts een deel van het pgb verantwoordde. Contante betalingen werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd vanwege ontbrekende specificaties en urendeclaraties.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het Zorgkantoor in redelijkheid tot terugvordering kon overgaan. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de administratie met goede bedoelingen had bijgehouden en niet had gefraudeerd.
De Raad stelde vast dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen op grond van niet-naleving van de girale betalingsverplichting. De belangenafweging was zorgvuldig en de door appellante overgelegde stukken boden onvoldoende bewijs dat de betalingen daadwerkelijk aan zorg waren besteed. Daarom was terugvordering van €2.916,- terecht.
De Raad benadrukte dat het niet voldoen aan administratieve verplichtingen niet per se fraude impliceert, maar wel reden is voor lagere vaststelling en terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het Zorgkantoor is bevoegd het pgb lager vast te stellen en de onverschuldigde voorschotten terug te vorderen.