Uitspraak
OVERWEGINGEN
15 januari 2015 heeft de Svb geweigerd appellant een pensioen toe te kennen.
30 november 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1950 in Marokko, heeft in 2014 een AOW-pensioen aangevraagd met de vermelding dat hij van 1977 tot 1979 in Utrecht heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde op 15 januari 2015 het pensioen toe te kennen omdat er geen bewijs was van een verzekeringsverleden in Nederland.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd op 30 november 2015 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, omdat onderzoek uitwees dat appellant niet bekend was bij het bevolkingsregister van Utrecht, het schakelregister, het pensioenfonds voor de betonproductenindustrie, noch in de administratie van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij wel in Nederland heeft gewerkt en stelde dat de Svb het GAK niet had geraadpleegd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Svb het Uwv, als rechtsopvolger van het GAK, wel degelijk had gevraagd naar informatie, maar dat appellant niet in de administratie voorkwam. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AOW-uitkering omdat appellant niet als verzekerd persoon kan worden aangemerkt.