ECLI:NL:CRVB:2017:2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting op bijstand wegens huurinkomsten uit verhuurde eigen woning
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en verhuurde haar eigen koopwoning aan haar ouders voor een maandelijkse huur van €675,- inclusief gas, water en elektriciteit. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende bijstand toe, maar bracht de huurinkomsten in mindering op de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij redelijkerwijs over de huurinkomsten kan beschikken, ondanks haar contractuele verplichtingen voor hypotheek en vaste lasten. De rechtbank verwierp ook het verweer dat de kosten voor gas, water en elektriciteit ten onrechte als inkomsten zijn aangemerkt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de huurinkomsten ten onrechte werden gekort, omdat haar lasten hoger zijn dan de huur en zij de huurovereenkomst niet kan beëindigen. De Raad oordeelde dat deze gronden reeds gemotiveerd door de rechtbank zijn beoordeeld en niet onjuist of onvolledig zijn weerlegd.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de huurinkomsten terecht in mindering zijn gebracht op de bijstand.
Uitkomst: De huurinkomsten uit de verhuurde eigen woning zijn terecht in mindering gebracht op de bijstand.