Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig doktersassistente, heeft een aanvraag gedaan voor een IVA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV had eerder een WGA-uitkering toegekend en later de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 60,1%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd de arbeidsongeschiktheid op 100% gesteld, maar niet als duurzaam beoordeeld vanwege mogelijke verbetering van psychische klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er een reële kans op herstel bestaat en de medische beoordeling zorgvuldig en inzichtelijk was gemotiveerd. Appellante voerde aan dat haar depressieve klachten niet zouden verbeteren, maar de Raad achtte de medische rapporten van de verzekeringsarts en psychologen overtuigend.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. De verzekeringsarts had een concrete en deugdelijke afweging gemaakt, waarbij behandelmogelijkheden en kans op verbetering waren meegewogen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.