Uitspraak
OVERWEGINGEN
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die eveneens in Marokko woonde en een AOW-pensioen ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen inkomsten had en ziek was, maar de Raad oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was omdat hij niet in Nederland woonde of werkte en ook niet verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving. Bovendien kon hij niet postuum deelnemen aan de vrijwillige verzekering omdat het verzoek niet tijdig was ingediend.
De Raad concludeerde dat appellante niet als nabestaande in de zin van de ANW kan worden aangemerkt en dat de weigering van de ANW-uitkering terecht is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.