ECLI:NL:CRVB:2017:2648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij ontbreken commerciële huurrelatie
Appellant ontvangt bijstand op basis van de Participatiewet en woont samen met zijn zus bij zijn oom. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de bijstand verlaagd op grond van de kostendelersnorm, omdat appellant niet kon aantonen dat er sprake was van een commerciële huurrelatie met zijn oom.
Appellant heeft slechts een hoofdbewonersverklaring overlegd, maar geen schriftelijke huurovereenkomst zoals door het college gevraagd. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond verklaard omdat de gevraagde huurovereenkomst ontbrak en appellant niet voldoende duidelijkheid had gevraagd over de gevraagde documenten.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hem niet duidelijk was welke huurovereenkomst vereist was en dat hij vertrouwde op de hoofdbewonersverklaring. De Raad heeft dit verweer verworpen en geoordeeld dat het college voldoende duidelijk had gemaakt welke documenten nodig waren en dat appellant geen reden gaf om de eerdere gemotiveerde beslissing te herzien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand op grond van de kostendelersnorm wegens ontbreken van een commerciële huurrelatie.