Uitspraak
15.493 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 123,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een maatregel waarbij zijn bijstand met 100% werd verlaagd wegens vermeende telefonische onbereikbaarheid, waardoor hij een leer-werkbaan bij een bedrijf zou hebben verspeeld.
Het college baseerde de maatregel op een rapportage waarin werd gesteld dat appellant niet bereikbaar was voor het bedrijf, maar kon niet concreet aangeven wanneer, hoe vaak en op welk nummer contactpogingen waren gedaan. Appellant ontkende onbereikbaar te zijn geweest en stelde geen gemiste oproepen te hebben.
De Raad oordeelde dat het college de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat appellant onbereikbaar was en daardoor de baan misliep. Omdat het college dit niet voldoende heeft onderbouwd en geen nader onderzoek heeft verricht, is het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept het oorspronkelijke besluit en veroordeelt het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van telefonische onbereikbaarheid.