ECLI:NL:CRVB:2017:2598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep vanwege reeds toegekend beperkt AOW-pensioen
Appellant, geboren in 1945 in Marokko, had meerdere keren een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen die werden afgewezen. Na bezwaar en beroep bij lagere instanties werd het beroep ongegrond verklaard. Appellant stelde dat hij in de periode van 2 oktober 1978 tot 20 juni 1979 in Nederland had gewerkt, maar kon dit slechts aantonen met een bewijsstuk van het ziekenfonds voor één maand.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kwam bij een besluit van 11 mei 2016 tegemoet aan het beroep van appellant door vast te stellen dat hij recht heeft op een pensioen ter hoogte van 2% van het maximale pensioen, omdat hij afgerond één jaar verzekerd was voor de AOW. De Raad oordeelde dat het niet relevant is of appellant ook in de periode van november 1978 tot juni 1979 verzekerd was, omdat dit geen recht op een hoger pensioen zou geven.
Daarmee heeft appellant geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep tegen de eerdere afwijzing. De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant reeds recht heeft op een beperkt AOW-pensioen.