ECLI:NL:CRVB:2017:2550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand zonder toepassing interingsnorm bij ontvangen erfenis
Appellant ontving sinds 1992 bijstand en meldde in 2014 een erfenis van €44.000,- uit de nalatenschap van zijn moeder. Het college stelde een onderzoek in en besloot de kosten van bijstand over 1994-1997 terug te vorderen, omdat appellant toen over voldoende eigen middelen beschikte door een eerdere erfenis van zijn vader.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college niet verplicht was rekening te houden met een interingsnorm bij terugvordering. Appellant betwistte dit in hoger beroep, stellende dat eerdere rechtspraak niet bindend is onder het gewijzigde wettelijke kader.
De Raad volgt de rechtbank en verwijst naar vaste jurisprudentie die ook onder de Participatiewet geldt, waardoor het college terecht geen interingsnorm toepast. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand zonder toepassing van de interingsnorm bevestigd.