ECLI:NL:CRVB:2017:2479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA- en Ziektewetuitkering en afwijzing schadevergoeding
Appellante was werkzaam als tomatenplukster en schoonmaakster en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV wees haar verzoek om een WIA-uitkering af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op medische rapporten en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook werd haar Ziektewetuitkering beëindigd omdat zij volgens het UWV weer geschikt was voor arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar deze werden door het UWV gehandhaafd. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en de beperkingen van appellante niet waren onderschat. De rechtbank vond dat de geselecteerde functies passend waren en dat appellante niet meer ongeschikt was voor haar arbeid.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, onderbouwd met een rapport van Instituut Psychosofia, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en vond geen aanleiding voor nader onderzoek. De Raad bevestigde dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt voor ten minste één functie op de arbeidsmogelijkhedenlijst. De verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraken terecht zijn en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M. Greebe op 5 juli 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA- of Ziektewetuitkering en wijst de schadevergoeding af.