ECLI:NL:CRVB:2017:2446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorbereidingsjaar zelfstandig ondernemerschap op grond van Bbz 2004
Appellant, afkomstig uit Iran en sinds 2008 met onderbrekingen bijstandontvanger, vroeg op 4 maart 2015 deelname aan een voorbereidingsjaar voor zelfstandig ondernemerschap aan om een webshop te starten. Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand vroeg advies aan het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK), dat op 9 april 2015 een negatief advies uitbracht.
Op 22 april 2015 wees het dagelijks bestuur de aanvraag af, waarbij het advies van het IMK werd gevolgd. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar op 15 september 2015. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde zich op het standpunt dat het IMK-advies onjuist was, onder meer omdat het IMK geen rekening had gehouden met ingekochte merkkleding en zijn eerdere succesvolle ondernemerservaring in Iran.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college het IMK-advies terecht als grondslag voor het besluit heeft genomen. De Raad vond dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom het advies onjuist zou zijn. De enkele stelling dat bepaalde aspecten niet waren meegewogen, maakte het advies niet ondeugdelijk. De aanvraag kon derhalve in redelijkheid worden afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor deelname aan het voorbereidingsjaar zelfstandig ondernemerschap.