ECLI:NL:CRVB:2017:2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op aanstelling als ambtenaar bij GGD Gooi en Vechtstreek
Appellante was werkzaam bij de GGD Gooi en Vechtstreek op basis van een civiele arbeidsovereenkomst en geen ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet. Na gesprekken over verlenging van haar arbeidsrelatie ontstond een vertrouwensbreuk met haar leidinggevende, waarna zij contact zocht met een hogere leidinggevende, S.
Appellante stelde dat S haar telefonisch een aanbod tot aanstelling als ambtenaar had gedaan, dat zij had aanvaard en bevestigd via e-mail. Het dagelijks bestuur betwistte dit en bracht een verklaring van S in waarin hij ontkende bevoegd te zijn een dergelijke toezegging te doen.
De Raad oordeelde dat alleen een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging van het bevoegde orgaan gerechtvaardigde verwachtingen kan wekken voor aanstelling als ambtenaar. Gezien de verklaring van S is niet komen vast te staan dat een dergelijke toezegging is gedaan.
Daarmee faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel en wordt het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van het dagelijks bestuur vervalt. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens ontbreken van een geldige toezegging tot aanstelling als ambtenaar.