ECLI:NL:CRVB:2017:2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellante was werkzaam als produktiemedewerker toen zij zich in 2009 ziek meldde. Na afloop van de wachttijd stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor meerdere functies. Dit leidde tot beëindiging van haar WIA-uitkering en later ook van haar Ziektewet-uitkering per 30 maart 2015.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij wel degelijk 80-100% arbeidsongeschikt was en dat er ten onrechte geen arbeidskundige beoordeling had plaatsgevonden. Zij voerde aan dat het bestreden besluit onjuist en onvoldoende gemotiveerd was en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden of medische stukken had ingediend en dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende onderbouwd was. Er was geen aanleiding om een medisch deskundige te benoemen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellante geschikt is voor ten minste één van de functies die in de WIA-beoordeling zijn geselecteerd.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de beëindiging van de Ziektewet-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.