ECLI:NL:CRVB:2017:2274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als kwekerij-medewerkster, meldde zich ziek vanwege epilepsie en lichamelijke klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees ook haar verzoek om schadevergoeding af, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld, met name vanwege epilepsie en bijkomende klachten. De Raad oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat het medisch en arbeidskundig onderzoek geen aanleiding gaf tot twijfel aan de belastbaarheid zoals vastgesteld. Ook de diagnose van het Sjögren-syndroom in 2016 leidde niet tot een andere beoordeling op de peildatum.
De Raad concludeerde dat de functies, waaronder productiemedewerker en assistent consultatiebureau, passend waren gezien de belastbaarheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen schadevergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.