ECLI:NL:CRVB:2017:2262

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 juni 2017
Publicatiedatum
29 juni 2017
Zaaknummer
16/1055 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beperking kennisneming stukken in hoger beroep Wmo-hulpmiddelen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een raamovereenkomst voor Wmo-hulpmiddelen tussen een leverancier en de gemeente Delft.

Tijdens het hoger beroep heeft het college stukken overgelegd, waaronder een raamovereenkomst, een aanbestedingsdocument en een prijslijst. Het college verzocht om beperking van kennisneming van vertrouwelijke bedrijfseconomische gegevens, met name de prijslijst.

De Raad heeft overwogen dat de raamovereenkomst geen bedrijfseconomische gegevens bevat en het aanbestedingsdocument openbaar is. Het belang van appellant bij het verdedigingsbeginsel weegt zwaarder dan het belang van het college bij geheimhouding van de prijslijst, voor zover deze betrekking heeft op scootmobielen en onderhoudskosten.

De Raad besloot daarom dat de gevraagde beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd is. De stukken worden teruggezonden aan het college met de mogelijkheid tot hernieuwde indiening. De behandeling kan worden voortgezet door een andere kamer indien nodig.

Uitkomst: De gevraagde beperking van kennisneming van stukken is niet gerechtvaardigd en wordt afgewezen.

Uitspraak

16/1055 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Beslissing inzake de toepassing van artikel 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 8:29 van Pro de Awb
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Delft
Datum beslissing: 21 juni 2017
INLEIDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
5 januari 2016, 15/5212 (aangevallen uitspraak).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2017. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. te Vrede.
De Raad heeft ter zitting het onderzoek geschorst. Daartoe is onder andere overwogen dat het college inzicht dient te verschaffen in de tegenwaarde van de verstrekking in natura van de voor appellant goedkoopst compenserende vervoersvoorziening. Daartoe dient het college stukken te overleggen waaruit blijkt onder welke voorwaarden over deze voorziening is gecontracteerd.
Bij brief van 30 maart 2017 heeft het college de volgende stukken ingezonden:
1. een raamovereenkomst inzake Wmo-hulpmiddelen (koop – perceel 1) tussen [naam B.V.] en de gemeente Delft van 28 juni 2013;
2. een aanbestedingsdocument betreffende levering van Wmo-hulpmiddelen van 7 maart 2013;
3. een prijslijst van [naam B.V.] van 1 januari 2014 voor Wmo-hulpmiddelen voor de gemeente Delft.
Daarbij heeft het college meegedeeld dat de prijslijst en overige bedrijfseconomische gegevens voor zover die uit de stukken gedestilleerd kunnen worden vertrouwelijk zijn en niet in handen van appellant mogen komen. Het aanbestedingsdocument is en blijft openbaar.
Deze mededeling behelst een verzoek om beperkte kennisgeving in de zin van artikel 8:29 van Pro de Awb.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb kunnen partijen die verplicht zijn stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de Raad meedelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de stukken. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb beslist de Raad of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2. De Raad is van oordeel dat de beperking van de kennisneming van de door het college ingezonden stukken niet gerechtvaardigd is. Daartoe overweegt de Raad dat de raamovereenkomst geen bedrijfseconomische gegevens bevat en dat het aanbestedingsdocument openbaar is. Wat betreft de prijslijst weegt het door het college aangevoerde belang bij beperking van de kennisneming niet op tegen het belang van appellant bij inachtneming van het verdedigingsbeginsel. Daarbij merkt de Raad nog op dat het college uitsluitend de prijslijst voor zover deze ziet op scootmobielen en reparatie- en onderhoudskosten van deze voorzieningen moet overleggen. De prijzen van andere voorzieningen zijn voor het geding tussen partijen niet van belang.
3. De stukken ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming is verzocht zullen aan het college worden teruggezonden, met de uitnodiging deze stukken desgewenst wederom in te zenden. De behandeling van het hoger beroep zal zo nodig worden voortgezet door een andere kamer.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat de gevraagde beperking van de kennisneming niet gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is genomen door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2017.
(getekend) R.M. van Male
(getekend) M.D.F. de Moor

RB