ECLI:NL:CRVB:2017:222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, die sinds 2005 arbeidsongeschikt was wegens depressiviteit, ontving een WGA-uitkering die in 2013 werd ingetrokken nadat het UWV haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% had vastgesteld. Appellante voerde bezwaar aan met medische verklaringen, waarop het UWV een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelde en de arbeidsongeschiktheid op 17,66% vaststelde.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, oordeelde dat niet alle beperkingen waren meegenomen en verklaarde het beroep gegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de beperkingen onvoldoende waren erkend. De Centrale Raad van Beroep volgde de deskundige die een zorgvuldige en consistente beoordeling had verricht en concludeerde dat de aanscherping van de FML op het aspect vasthouden van de aandacht voldoende was.
De Raad stelde vast dat latere verslechteringen van de gezondheidstoestand na de peildatum geen rol konden spelen. De voorgehouden functies werden passend geacht en de intrekking van de WGA-uitkering was terecht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering is bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.