ECLI:NL:CRVB:2017:2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als beveiliger, heeft sinds 2012 diverse lichamelijke en psychische klachten, waaronder een hartaandoening en posttraumatisch stress syndroom. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 100% arbeidsongeschiktheid, maar weigerde een IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische situatie niet statisch of onbehandelbaar is en dat er kansen op herstel zijn, mede door lopende EMDR-therapie. Appellant stelde in hoger beroep dat deze therapie niet het beoogde effect heeft en dat het UWV eerdere therapieën ten onrechte niet heeft meegewogen.
De Raad oordeelt dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het UWV-onderzoek en dat de prognose op lange termijn niet ongunstig is. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is, waardoor appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een IVA-uitkering omdat zijn volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.