ECLI:NL:CRVB:2017:22
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij opschorting WAO-uitkering wegens niet-inschrijving gemeente
Verzoeker ontvangt sinds 1989 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. De gemeente Vlissingen registreerde verzoeker als 'Vertrokken Onbekend Waarheen' (VOW) in de Basisregistratie Personen (BRP). Het UWV heeft verzoeker meerdere malen verzocht zich in te schrijven bij een gemeente, wat niet is gebeurd. Daarom werd de WAO-uitkering per 1 december 2014 en later per 1 juni 2016 stopgezet.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de stopzetting en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep stelde verzoeker dat het opschorten van de uitkering onrechtmatig is vanwege overmacht en dat hij dakloos is, waardoor hij zich niet kan inschrijven. Hij beroept zich op het EVRM en IVBPR en stelt dat hij in financiële nood verkeert.
De Raad overweegt dat het UWV op grond van artikel 52 WAO Pro verplicht is de uitkering op te schorten bij een VOW-registratie en dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat hij de inschrijving niet kan regelen. Ook is niet gebleken dat verzoeker bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen het gemeentelijke besluit. Er is geen spoedeisend financieel belang voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend financieel belang.