Uitspraak
OVERWEGINGEN
21 februari 2014 en 28 maart 2014. Bij besluit van 23 juni 2014 (bestreden besluit 1) heeft de minister het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 februari 2014 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en er geen redenen zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Voorts heeft de minister bij besluit van eveneens 23 juni 2014 (bestreden besluit 2) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 28 maart 2014 ongegrond verklaard.
C-453/00, ECLI:EU:C:2004:17.