ECLI:NL:CRVB:2017:2037
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1943 als kind uit een gemengd huwelijk met een joodse vader, verzocht om toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Zijn eerdere aanvraag werd afgewezen omdat hij geen vervolging in de zin van de Wuv had ondergaan en zijn oorlogsomstandigheden niet uitzonderlijk waren. Een eerdere beroepsprocedure leidde tot een bevestiging van deze afwijzing.
In juli 2015 verzocht appellant om herziening van de afwijzing, gesteund op een verklaring van een kandidaat-diaken die jaren na de oorlog had gehoord dat appellant mogelijk ondergedoken zou zijn geweest in kraamkliniek Spes Viva. De Raad en verweerder oordeelden dat deze verklaring onvoldoende was om aannemelijk te maken dat appellant daadwerkelijk ondergedoken was geweest.
De Raad benadrukt dat appellant bekend was bij de autoriteiten, zoals blijkt uit de geboorteaangifte en het woonadres op de persoonskaart, hetgeen niet past bij een onderduiksituatie. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten die het eerdere besluit in een ander licht plaatsen, wordt het herzieningsverzoek afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.