Uitspraak
OVERWEGINGEN
Bij brief van 13 november 2015, door het Uwv ontvangen op 17 november 2015, heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 september 2015.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds november 2014 een WIA-uitkering die door het UWV wordt verhaald op haar werkgever. Het UWV besloot op 22 september 2015 de uitkering stop te zetten wegens een maatregel van 100% voor onbepaalde tijd vanwege niet meewerken aan re-integratie. Dit besluit werd echter pas op 11 november 2015 aan appellante verzonden. Appellante maakte op 17 november 2015 bezwaar, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat appellante het besluit tijdig had moeten ontvangen en verwierp het beroep. Appellante stelde in hoger beroep dat zij het besluit pas na 11 november 2015 had ontvangen, mede omdat haar echtgenoot op 10 november contact had met het UWV over de stopzetting van de uitkering zonder de brief te hebben ontvangen.
De Raad overwoog dat het UWV niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit eerder was ontvangen, mede omdat geen verzendregistratie was overgelegd en de telefoonnotitie geen contra-indicatie vormde. Het bezwaar was daarom tijdig ingediend. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV en droeg het UWV op opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot stopzetting van de WIA-uitkering is tijdig ingediend; het UWV moet opnieuw op het bezwaar beslissen.