Uitspraak
OVERWEGINGEN
remigratie-uitkering voor een alleenstaande.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende in 2013 een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot in 2005 was overleden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had eerder een brief van 8 augustus 2005 ontvangen waarin het overlijden werd gemeld, maar beschouwde deze niet als een formele aanvraag. De rechtbank wees het beroep van appellante tegen de beperkte terugwerkende kracht van de uitkering af.
In hoger beroep stelde appellante dat haar brief uit 2005 als aanvraag moest worden beschouwd of in ieder geval aanleiding had moeten geven tot nadere informatieverstrekking door de Svb. De Raad concludeerde dat de brief geen formele aanvraag was, maar dat de Svb naliet appellante te informeren over haar recht op een nabestaandenuitkering, ondanks dat zij op de hoogte was van het overlijden en de verzekeringsstatus van de echtgenoot.
De Raad kwalificeerde dit als een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de ANW, en oordeelde dat het bestreden besluit een gebrek vertoonde. De Svb werd opgedragen dit gebrek binnen twaalf weken te herstellen. Tevens overwoog de Raad dat, gelet op de omstandigheden, een toekenning van de uitkering per 1 september 2009 mogelijk voldoende zou zijn, mede omdat appellante niet altijd adequaat had gereageerd.
Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank wordt opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen en de nabestaandenuitkering mogelijk met terugwerkende kracht toe te kennen.