ECLI:NL:CRVB:2017:1933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Kraefft
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde autotransacties
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht nadat bleek dat hij in de periode 2012-2013 meerdere auto's op zijn naam had staan. Het college van burgemeester en wethouders van Helmond trok de bijstand over deze periode in en vorderde €28.188,08 terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat voor de maanden juni 2012 en januari en februari 2013 onvoldoende grond bestond voor intrekking omdat in die maanden geen transacties plaatsvonden. Appellant voerde aan dat hij de auto's op zijn naam zette als vriendendienst, maar dit werd als op geld waardeerbare werkzaamheden gezien.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor de genoemde maanden en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moet nemen met een aangepaste terugvordering. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over bepaalde maanden wordt vernietigd en herroepen.