ECLI:NL:CRVB:2017:1919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen beëindiging tijdelijke aanstelling ambtenaar niet-ontvankelijk verklaard
Betrokkene was sinds 1 januari 2013 tijdelijk benoemd als Medewerker binnen een gemeentelijke afdeling met een baangarantie na afloop van de tijdelijke aanstelling. In een brief van 2 maart 2015 werd betrokkene geïnformeerd dat haar tijdelijke aanstelling per 1 april 2015 eindigde en dat zij bovenformatief was, zonder voorrangspositie bij interne sollicitaties.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze brief, dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder ontvankelijk en ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar vervolgens wel ontvankelijk en vernietigde het besluit, waarna een nieuwe beslissing op bezwaar werd genomen.
In hoger beroep stelde het college primair dat het bezwaar niet-ontvankelijk was omdat de brief van 2 maart 2015 geen zelfstandig besluit vormde en betrokkene geen procesbelang had. De Raad oordeelde dat de brief geen wijziging in de rechtspositie van betrokkene bracht en niet als besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt. Daarom had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af. De Raad benadrukte dat het college verplicht blijft betrokkene te begeleiden bij het vinden van een passende functie en dat het passend is haar een voorrangspositie te verlenen gezien de lange periode zonder functie.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 2 maart 2015 wordt niet-ontvankelijk verklaard en eerdere vernietiging van het besluit wordt teruggedraaid.