ECLI:NL:CRVB:2017:18
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als accountmanager en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 28 februari 2014 geen recht meer had op een Ziektewetuitkering omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Dit besluit werd ondersteund door arbeidsdeskundige rapporten waarin functies werden geselecteerd die appellant met zijn beperkingen kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep het besluit aanvocht met een rapport van een verzekeringsarts die twijfels uitte over de geschiktheid van de functie arbeidsdeskundige. Het UWV reageerde met aanvullende arbeidsdeskundige rapporten die de geschiktheid van de functies bevestigden en de motivering van het besluit versterkten.
De Raad oordeelde dat de functies waarop het UWV zich baseerde, ook daadwerkelijk op de arbeidsmarkt voorkwamen en dat de belasting van appellant binnen de vastgestelde grenzen bleef. De vermeende tekortkomingen in de motivering van het besluit leidden niet tot benadeling van appellant. Het hoger beroep werd daarom afgewezen, het verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen, maar het UWV werd veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt bevestigd.