ECLI:NL:CRVB:2017:1661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar en verantwoording pgb huishoudelijke zorg
Betrokkene ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke verzorging in 2013. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wijzigde dit pgb en verklaarde het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een handtekening. De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring omdat betrokkene niet de kans had gekregen het verzuim te herstellen.
In hoger beroep stelde het college dat de herstelbrief correct was aangeboden, maar de Raad oordeelde dat er geen redelijke grond was om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, mede gezien de aard van het bezwaarschrift en de bijgevoegde stukken. Vervolgens werd beoordeeld of betrokkene het pgb over december 2013 correct had verantwoord.
De Raad concludeerde dat uit de stukken niet kan worden vastgesteld dat de betaling voor december 2013 uit het pgb is voldaan. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd daarom ongegrond verklaard. Tot slot werd het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde pgb-besluit wordt ongegrond verklaard en het bezwaar had niet-ontvankelijk mogen worden verklaard.