ECLI:NL:CRVB:2017:1606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot arbeid als kinderleidster
Appellante, werkzaam als kinderleidster/pedagogisch medewerker, meldde zich ziek wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 15 april 2014 na medisch onderzoek door verzekeringsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, omdat er geen twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten haar ongeschikt maakten voor arbeid, ondersteund door verklaringen van haar therapeut en huisarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht op medische gronden de uitkering had beëindigd. De verzekeringsartsen hadden geen objectieve medische afwijkingen vastgesteld die ongeschiktheid rechtvaardigen. Psychische klachten waren aanwezig maar niet zodanig ernstig dat arbeid onmogelijk was.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, waarmee het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot arbeid.