ECLI:NL:CRVB:2017:1460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een uitkeringsadres tot mei 2013. Gemeente Rheden voerde onderzoek uit naar haar woon- en leefsituatie vanwege vermoedens dat zij niet meer op het uitkeringsadres woonde. Uit bankafschriften, werkgeversinformatie en getuigenverklaringen bleek dat appellante vanaf januari 2013 niet meer op het uitkeringsadres verbleef.
Het college trok de bijstand in vanaf 1 maart 2013 en herzag de bijstand over de periode 1 oktober 2012 tot 28 februari 2013, vorderde kosten terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep deels ongegrond en stelde de boete lager vast.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor intrekking over oktober tot en met december 2012, maar wel voor de periode vanaf januari 2013. De Raad vernietigt het besluit voor het eerste kwartaal van 2013, herroept het intrekkingsbesluit over oktober tot december 2012 en stelt het terugvorderingsbedrag en de boete vast op lagere bedragen dan het college had bepaald. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand over oktober-december 2012 vernietigd, intrekking vanaf januari 2013 bevestigd, boete en terugvordering vastgesteld op lagere bedragen.