ECLI:NL:CRVB:2017:1440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, die zich ziek meldde na een auto-ongeval in 2012, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig onderzoek beperkingen vast en concludeerde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen objectief waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de functies die haar werden aangeboden haar belastbaarheid overschreden. Zij overlegde een letselschaderapport ter onderbouwing. Het UWV handhaafde haar standpunt en de verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom het letselschaderapport geen aanleiding gaf tot aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad onderschreef de eerdere bevindingen dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen of psychische klachten die niet waren onderzocht. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de aangeboden functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen, werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.