ECLI:NL:CRVB:2017:1425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuursrechtelijke aansprakelijkheid voor pensioenschade na privatisering ABP
Appellant was van 1982 tot 1998 in dienst bij het college en ontving vanaf 2011 ouderdomspensioen van het ABP. Hij stelde het college aansprakelijk wegens onzorgvuldig handelen, omdat het college het ABP jaarlijks onjuist informeerde over zijn status, wat leidde tot een lagere pensioenuitkering dan verwacht. De schade bestond uit pensioenschade, hypotheekschade en kosten van rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, met de overweging dat de kwestie uitsluitend aan de burgerlijke rechter toekomt. In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de door appellant gestelde schadeoorzaak een handeling betreft na de privatisering van het ABP in 1996, waardoor de pensioenovereenkomst privaatrechtelijk van aard is. Het collegebesluit is geen bestuursrechtelijk besluit, zodat de bestuursrechter niet bevoegd is.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier L.L. van den IJssel.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de bestuursrechter niet bevoegd is voor de vordering.