ECLI:NL:CRVB:2017:1396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstand vastgesteld op datum aanvraag wegens niet tijdig indienen
Appellant diende op 12 januari 2015 een aanvraag om bijstand in, met het verzoek deze toe te kennen met terugwerkende kracht vanaf 20 oktober 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet kende de bijstand toe vanaf 12 januari 2015 en verklaarde het bezwaar tegen deze ingangsdatum ongegrond omdat appellant niet aannemelijk kon maken dat hij eerder een aanvraag had ingediend.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij eind oktober 2014 al een aanvraag had ingediend, of subsidiair dat hem geen verwijt valt dat hij pas op 12 januari 2015 de aanvraag indiende, omdat hij pas toen ontdekte dat een eerdere aanvraag niet in behandeling was genomen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij eerder dan 12 januari 2015 een aanvraag had ingediend. De verklaring van de moeder was onvoldoende specifiek en er was geen bewijs van contact met het college in de tussenliggende periode. Ook was er geen reden om aan te nemen dat appellant niet eerder kon aanvragen.
Daarom was appellant verwijtbaar te laat met de aanvraag en werd de ingangsdatum van de bijstand terecht vastgesteld op 12 januari 2015. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand wordt vastgesteld op de datum van de aanvraag, 12 januari 2015, omdat appellant niet zo spoedig mogelijk na de melding de aanvraag heeft ingediend.