ECLI:NL:CRVB:2017:1352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens ontbreken ingezetenschap ondanks legaal verblijf in Nederland
Appellant, een Slowaakse burger die enige jaren in Nederland heeft gewerkt en verbleef, werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) per het vierde kwartaal van 2013 het recht op kinderbijslag ontzegd. Dit omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor ingezetenschap onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt op de peildatum. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij rechtmatig in Nederland verbleef en ingeschreven stond bij de gemeente Amsterdam, en dat hij daarom niet gediscrimineerd mocht worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat, ondanks het legale verblijf, de woonplaats van appellant zich in Slowakije bevond, waar zijn gezin woonde en waar hij het centrum van zijn belangen had. De Raad volgde de Svb in de uitleg dat een foutieve toekenning aan een collega niet tot herhaling verplicht. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens vermeende discriminatie afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatigheid.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank, met een verbeterde motivering, en wees het beroep af. Er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen; hij heeft geen recht op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2013.