Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2017.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam in de tuinbouw, viel uit met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Uit verzekeringsgeneeskundige rapporten bleek dat zij beperkingen heeft, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het Uwv wees de uitkering af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde met een aanvullend bedrijfsartsrapport dat twijfels uitte over de zorgvuldigheid van het onderzoek, onder meer vanwege een vermeende taalbarrière en PTSS-klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen appellante persoonlijk hebben onderzocht, met tolk aanwezig, en dat de rapporten zorgvuldig en goed onderbouwd zijn. Het aanvullende rapport van de bedrijfsarts gaf geen objectieve medische onderbouwing die het oordeel van het Uwv kon weerleggen.
Ook de stelling dat de rapporten van psychiater Notten niet objectief zouden zijn, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De Raad bevestigde de juiste functionele mogelijkhedenlijst en de geschiktheid van de voorbeeldfuncties.
Daarmee werd het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en werd het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.