ECLI:NL:CRVB:2017:1338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partnertoeslag AOW na bereiken pensioengerechtigde leeftijd partner
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om de aan hem toegekende partnertoeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) te beëindigen per 1 oktober 2015, omdat zijn partner op die datum de AOW-gerechtigde leeftijd bereikte. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld waarbij appellant niet is verschenen. De Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 8, vierde lid, van de AOW de toeslag onderdeel is van het ouderdomspensioen en dat volgens artikel 17, eerste lid, van de AOW het pensioen wordt ingetrokken zodra de gerechtigde er niet meer voor in aanmerking komt. De Regeling nadere regels inzake intrekking en herziening van het ouderdomspensioen bepaalt dat de intrekking van de toeslag plaatsvindt op de dag dat de echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
De pensioengerechtigde leeftijd in 2015 was vastgesteld op 65 jaar en drie maanden. Omdat niet in geschil is dat de partner van appellant op 1 oktober 2015 deze leeftijd bereikte, is de beëindiging van de toeslag per die datum terecht. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De partnertoeslag AOW is terecht beëindigd per 1 oktober 2015 omdat de partner van appellant de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.