ECLI:NL:CRVB:2017:1289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant was taxichauffeur en meldde zich ziek met hartklachten terwijl hij een WW-uitkering ontving. Hij ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet, maar het UWV stelde bij besluit vast dat hij vanaf 17 februari 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij met passend werk meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV niet van de meest recente medische gegevens was uitgegaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV wel degelijk over recente en volledige medische informatie beschikte en dat de beperkingen van appellant zorgvuldig waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn beperkingen verder gingen dan vastgesteld.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.